Europees Microsoft Office-alternatief onder vuur: LibreOffice noemt Euro-Office bondgenoot

Euro-Office werd gelanceerd als hét Europese antwoord op Microsoft Office. Opvallend genoeg komt de felste kritiek niet van Microsoft, maar uit de eigen open source-hoek. The Document Foundation, de organisatie achter LibreOffice, stelt dat het project de afhankelijkheid van Microsoft juist in stand houdt. Diana Krieger, oprichter van Soverin en partner in het Euro-Office-consortium, reageert tegenover Daily Data Bytes (DDB): "De discussie wordt nu soms te zwart-wit gevoerd."

Open brief op de dag voor de lancering

Eerder schreef DDB over Euro-Office, de webgebaseerde kantoorsuite die door een Europese coalitie van onder meer Nextcloud, Ionos en het Nederlandse Soverin wordt gepositioneerd als soeverein alternatief voor Microsoft 365 en Google Workspace. Op 9 juni verscheen versie 1.0. Een dag eerder publiceerde Italo Vignoli, medeoprichter van The Document Foundation, een open brief met stevige kritiek.

Een belangrijk punt van kritiek betreft het bestandsformaat. Euro-Office gebruikt standaard OOXML, een bestandsformaat dat oorspronkelijk door Microsoft werd ontwikkeld en nog altijd sterk verbonden is met het Microsoft-ecosysteem. Daarmee is het project volgens Vignoli "a de facto ally of Microsoft in its content lock-in strategy". Organisaties die digitale soevereiniteit serieus nemen, zouden volgens The Document Foundation moeten kiezen voor het open ISO-formaat ODF (OpenDocument Format). Vignoli bestrijdt daarnaast de claim dat Euro-Office de eerste Europese open source-kantoorsuite is. Die eer komt volgens hem toe aan OpenOffice, dat in 2001 verscheen, en LibreOffice, dat in 2010 werd gelanceerd. Daarbij speelt mee dat LibreOffice en Euro-Office in zekere zin concurrerende oplossingen zijn. De kritiek is inhoudelijk, maar komt niet van een neutrale partij.

Bestandsformaten of geopolitiek?

Naast de discussie over bestandsformaten speelt ook de herkomst van de technologie een rol. Euro-Office is een afsplitsing van OnlyOffice, een project met een omstreden achtergrond. Onderzoekers van Cybernews analyseerden ongeveer 15.600 wijzigingen in de OnlyOffice-codebase waarop Euro-Office voortbouwt. Ongeveer 90 procent van die wijzigingen vond plaats op Moskouse tijd. Inclusief andere Russische tijdzones loopt dat aandeel op tot 99,5 procent. Slechts één wijziging was te herleiden tot Letland, waar OnlyOffice officieel staat geregistreerd. Ook na de afsplitsing in maart nam Euro-Office nog geselecteerde wijzigingen uit het oorspronkelijke project over.

Cybernews benadrukt echter zelf dat tijdzones geen bewijs vormen voor de locatie of nationaliteit van ontwikkelaars. OnlyOffice stelt bovendien dat het zijn Russische activiteiten al in 2019 heeft verkocht. De makers van Euro-Office zeggen dat zij de overgenomen code controleren en opschonen. Volgens hen was de afsplitsing juist een reactie op de Russische banden en de beperkte transparantie rond het oorspronkelijke project.

Dit speelt vooral Microsoft in de kaart

Diana Krieger van Soverin, die DDB naar aanleiding van de kritiek opnieuw sprak, vindt dat de discussie te veel wordt teruggebracht tot één aspect.

"In de praktijk is de grootste lock-in vandaag niet alleen het bestandsformaat, maar vooral de totale afhankelijkheid van één ecosysteem, één cloud en één leverancier. Voor veel organisaties is een volledige overstap naar ODF-first workflows op korte termijn simpelweg niet realistisch."

Volgens Krieger hebben beide kampen een punt. Europa moet blijven investeren in open standaarden zoals ODF, maar adoptie lukt alleen als nieuwe oplossingen aansluiten op bestaande werkwijzen, documenten en gebruikersverwachtingen. Compatibiliteit met Microsoft-formaten is volgens haar geen knieval, maar een praktische voorwaarde om organisaties überhaupt los te weken van Big Tech.

"Wat mij betreft ligt de kracht juist in een pragmatische route: meer Europese infrastructuur, meer samenwerking, meer open source, meer en betere governance in Europa, meer interoperabiliteit én een geleidelijke beweging richting nieuwe, open standaarden waar dat praktisch haalbaar is. Dat is misschien minder ideologisch puur, maar waarschijnlijk wel effectiever om echte beweging in de markt te krijgen."

Volgens Krieger draait de discussie uiteindelijk om een bredere vraag: hoe bouw je digitale autonomie op zonder de aansluiting met de dagelijkse praktijk te verliezen?

Over de onderlinge strijd is ze duidelijk: "Als Europa zichzelf hierover intern volledig blijft verdelen, speelt dat uiteindelijk vooral Microsoft in de kaart."